Organisatiecoaching: Innovatie en het schone in organisaties

Innovatie en het schone

 

De ideeënleer van Augustinus

Augustinus en Plato waren hartstochtelijke ‘waarheidszoekers’. Naast deze zintuiglijk waarneembare wereld bestaat er volgens Plato nog een  hogere,  onzichtbare  realiteit: de ideeënwereld. Alle materiële dingen in de zintuiglijk waarneembare wereld hebben hun ideale vorm of een idee in die hogere wereld. Zo is Plato tot de indeling van het Goede, het Ware en het Schone gekomen.

Het Ware betreft vooral cognitie (het kenvermogen), de analyse en synthese als onderdeel van de logica. Het Goede gaat over een ethisch of moreel oordeel en doelstelling. Het Schone ten slotte betreft het gevoel, het affectieve, het esthetische, als iets, iemand of het beeld van iets of iemand ‘bevalt’, behaagt of aangenaam is.

Voor Augustinus is er geen werkelijk kennen als deze niet verbonden is met de Waarheid. Ideeën en vernieuwing is de ‘bouwstof’ van Gods schepping. Voor Augustinus was dit zo fundamenteel dat hij, met Plato als inspiratie, een eigen ideeënleer/Kennistheorie ontwierp. Ideeën zijn de uitdrukking van God, van zichzelf als beeld waarmee Hij wil deelhebben aan zijn schepping. Alle materiële dingen in de zintuiglijk waarneembare wereld hebben hun ideale vorm of een idee. Ze zijn geschapen; door het Woord, vanuit een gedachte, Idee van God.

 

Het ware betreft vooral het kennen. Kennen is liefhebben, Het kennen van de Waarheid; van God die Goed is. Dit brengt Augustinus onder woorden in zijn deugdenleer. De mens kan zich op grond van zijn gerichtheid perfectioneren in de mate waarop hij zich op het geestelijke boven zich richt. Hij kan ook afglijden in de mate waarin hij zich op het materiële richt. Richt een mens evenwel zijn vermogen tot liefde en zijn wil op het goede, dan draagt hij bij aan de instandhouding van de orde van het geheel omdat hij in zichzelf ‘in orde’ is.

Ook de Schoonheid is volgens Augustinus een deugd van God. De glorie, of heerlijkheid, van God is geen esthetische schoonheid, maar de Schoonheid die uitstraalt; de luister van Zijn persoonlijkheid, vanuit alles wat Hij is. De mens is immers naar Gods beeld en gelijkenis geschapen waarvan God zei dat het zeer goed was. Het schone heeft meerdere kanten. Het zuivere; innerlijk en de uiterlijke schoonheid; het mooie. Augustinus pleitte voor een balans tussen geest en lichaam; tussen bidden en studeren enerzijds en lichamelijk werk  anderzijds.  Innerlijke  harmonie, balans en rust, komt  in  zijn idee voort uit een evenwichtige dagindeling. In de relatie tussen persoonlijke ontwikkeling en de maatschappij, spreekt hij over een ‘dubbele harmonie’ waarbij de heelheid van de gemeenschap een afspiegeling is van de heelheid van het individu. Zij die verantwoordelijk zijn voor de gemeenschap (organisatie) dienen hiervoor de randvoorwaarden te scheppen. Augustinus denken en kijken naar de (innerlijke) werkelijkheid gaat uit van ordening. God is een ordelijk Bouwmeester van zijn schepping. Alles in de schepping is harmonieus (Schoon)  met elkaar verbonden (Liefde). In alle aspecten van de schepping komt het Schone tot uitdrukking.

 

Filosoof Ken Wilber stelt dat de buitenwereld, zoals mensen die vormgeven, een reflectie is van de ideeën die in de innerlijke wereld ontstaan, zowel op persoonlijk als op collectief niveau. Ook hier gaat het om een cyclisch proces: de mens neemt iets in de werkelijkheid waar, reflecteert hierop en zet op basis daarvan weer een nieuwe actie uit. Op individueel niveau komt dit tot uiting in de ontwikkeling van de mens, die bij iedere stap zijn potentieel verder ontvouwt. Op het niveau van organisaties en samenleving is een vergelijkbaar proces waarneembaar. Zo heeft de Digitale Revolutie (kenniseconomie) een nieuw tijdperk voor menig organisatie ingeluid.

 

De functie van organisaties is nu niet meer louter bestaat uit het organiseren van zoveel mogelijk output voor klanten (effectiviteit) op een zo efficiënt mogelijke manier (troughput) ten gunste van een zo hoog mogelijke winst. Een organisaties dient als aanvullende functie ook vorm te geven aan ‘goed werkgeverschap’ en tegemoet te komen aan behoeften van de medewerker. Menselijke waarden; de ‘menselijke maat’ wordt weer belangrijk. Door het streven naar groei en winst zijn waarden als gelijkwaardigheid, vertrouwen en respect naar de achtergrond verdrongen. In de tijd van kennisintensieve arbeid lijkt de rol van de medewerker weer opnieuw te moeten worden uitgevonden. Op individueel niveau komt dit tot uiting in de ontwikkeling van de vakman, die bij iedere stap zijn potentieel verder ontvouwt: van leerling tot meesterschap naar kunstenaar. Ook hier gaat het om een cyclisch proces: Elke kunstenaar, ongeacht zijn vakgebied, is ook leerling. (Paul Donders, Chris Sommer; Meesterschap 2012)

 

Bij het aanbod van producten (technologie) en diensten is een groeiende aandacht voor menselijke waarden en emoties, voor beleving (interpretatie) en betrokkenheid. Mensen; consumenten ervaren schoonheid door interactie met iets, een prikkel (stimulus), zoals een gesprek met een ander of een mooie nieuwe Iphone.  Met name de kwaliteiten of kenmerken van dat wat je waarneemt zorgen ervoor dat men iets als mooi ervaart. Je vindt iets mooi omdat je waarden, interesses en doelen of dromen herkent zoals die van jezelf of je iets aan een prettige herinnering doet denken. Je vindt iets mooi omdat we balans, harmonie, een bepaald ritme, variatie en climax fijn vinden. Of je ervaart een bepaalde muziek als mooi omdat je daar een natuurlijke voorkeur voor hebt. Ontdekking en voltooiing gaan over gezamenlijke ambities en dromen en samen iets realiseren zoals een reis, een gezin, een huis bouwen.

 

Aan producten en diensten zijn allerlei eisen te stellen Zoals; efficiency, kwaliteit, flexibiliteit/ snel-heid en innovativiteit. Dit waren voor ‘high-end’ (dure, exclusieve) producten en diensten al ‘standaard-eisen’. Voor ook allerlei gangbare, consumentproducten komt daar een nieuwe kwaliteitsindicator bij; ‘het moet mooi zijn’. Het oog wil ook wat. Producten worden bijvoorbeeld mooier verpakt.  Het schone, de schoonheid of esthetiek is dé nieuwe kwaliteitsindicator. (Bron Steven de Groot;  “Het schone in organisaties 2015)

 

Het ervaren van het schone; de esthetische ervaring

Wanneer onze zintuigen een object (ding, verschijnsel, mens)  waarnemen; een stimulus, begint een esthetisch proces van observatie, interpretatie en beoordeling. We noemen dit een esthetische ervaring. Een waarnemer (subject) reageert eerst op een stimulus (object) door perceptuele; zintuigelijke analyse (wat neem ik waar? Wat zie ik? Wat ruik ik? Etc.) en vervolgens vindt er in de hersenen impliciete geheugenintegratie plaats (herken ik dit?), wordt het object gecategoriseerd (expliciete indeling op basis van inhoud, stijl etc. ; waar hoort dit bij?), wordt het geïnterpreteerd en komt de waarnemer tot een evaluatie (wat vind ik ervan en wat doet het me?). Deze evaluatie resulteert in een esthetisch oordeel (gradatie van mooi tot lelijk) en een emotionele impact (doet me niets versus raakt me erg). Oordeel en impact samen leiden tot een emotie, zoals enthousiast of onverschillig.

Esthetische eigenschappen kunnen worden onderverdeeld in drie typen:

1            Formele eigenschappen (zoals harmonie, evenwicht,  herhaling,  contrast, spanning).

2            Representatieve eigenschappen (zoals symbolische waarde, identificatie en geschiedenis).

3            Expressieve of sensorische eigenschappen (zoals kleur en geluid).

 

Een esthetische ervaring vindt plaats door de interactie tussen het object en de waarnemer (subject), beide met hun specifieke kenmerken, in een omgeving (bijv. een ruimte met een bepaalde geur, kleur of sfeer) die eveneens van invloed is op het esthetische proces. Esthetische ervaringen vormen een belangrijk onderdeel van ons dagelijkse leven. Keuzes met betrekking tot kleden, wonen, eten, vrienden, vakantiebestemmingen of cd’s maken we vaak op basis van onze esthetische oordelen. Vinden  we iets mooi of niet? Een positieve esthetische ervaring geeft ons een prettig gevoel en veroorzaakt een positieve emotie. En veel dagelijkse keuzes maken we irrationeel, op basis van ons gevoel.

 

Vakmanschap; de kunstenaar en het schone

Aanvankelijk beperkte de esthetiek zich tot de kunsten, zoals schilderkunst en muziek. Later is esthetische waarde ook erkend binnen diverse ontwerpdisciplines, zoals productdesign en architectuur. Binnen deze ontwerpdisciplines wordt onderscheidgemaakt tussen esthetische eigenschappen, zoals harmonie, herhaling en eenheid, en niet-esthetische eigenschappen, de elementen die de uiteindelijk de fysieke vorm van bijvoorbeeld een huis bepalen, zoals bakstenen en kozijnen. De esthetische eigenschappen zijn ingebed en soms verborgen in die elementen (niet-esthetische eigenschappen) waarvan een kunstwerk of object is gebouwd. Zo zijn esthetische eigenschappen van een schilderij ingebed in de verf, in de vormen en in de kunstenaar. Esthetische eigenschappen van een fiets zijn ingebed in de elementen die een fiets vormen, zoals de vorm van het frame, kleurgebruik, dikteverloop van de buizen of glimmende details.

De ontwerpcausaliteit begint met de gedachte dat een ontwerp (vorm) bepaalde eigenschappen kent. Deze eigenschappen vervullen een of meer functies. Deze functies komen tegemoet aan behoeften van gebruikers, waarmee zij mogelijk een of meer waarden kunnen realiseren, zoals functionele waarde en esthetische waarde. (Dick Holzhaus; “Conceptueel denken” 2014) Diverse denkers over design maken zich sterk voor de gedachte dat de functie van een willekeurig ontwerp de behoefte van de gebruiker moet ondersteunen. Dat kunnen zijn: psychologische behoeften, zoals autonomie, cognitieve behoeften, zoals uitdaging en feedback, en sociale behoeften zoals ergens bij willen horen.

 

Een ontwerper, ongeacht vanuit welke ontwerpdiscipline, zou dus moeten beginnen met de vraag welke waarde vanuit welk aspect van de werkelijkheid (bijvoorbeeld welke esthetische waarde) hij voor de gebruiker wil realiseren door middel van zijn ontwerp (vorm).

In ontwerpdisciplines, zoals architectuur of productontwerp, worden twee typen waarden onderkent, die ze willen verenigen in een ontwerp:

 

1            functionele waarde (een auto moet veilig rijden, een huis moet bescherming bieden), en

2            esthetische waarde (een auto en een huis moeten ook mooi gevonden worden).

 

De esthetische eigenschappen van een schilderij zijn ingebed in de verf, in de vormen en in de kunstenaar. Hoe kan dan liefde en geloof, door de schilder, tot uitdrukking worden gebracht in zijn schilderij?  De vrijheid van de kunstenaar moet een richting krijgen: Het kiezen van wat men wil de kijker wil laten ervaren, maar ook voor hoe men dat wil doen: door gegeven wetmatigheden, regels en normen te hanteren. Deze keuze kan een expliciete geloofskeuze zijn. Rembrand van Rijn schilderen o.a. Bijbelse voorstellingen en landschappen. Hij toverde met licht en donker; daarmee wilde hij het schone van Gods schepping ‘vangen’.  Zijn stijl van schilderen was heel bijzonder. Die speciale techniek is een belangrijk kenmerk van Rembrandt zijn stijl. Dit noemen ze 'clair obscuur'. (De sterke tegenstelling tussen licht en donker).

 

Vernieuwing en het schone

In het ‘Grootste ontwerp aller tijden’; de schepping worden allerlei aspecten (link begrippenkader) onderkent, deze zijn verenigd door de Liefde in één harmonisch (Schoon) geheel. 

 

Wat is een innovatief concept?

Een innovatief concept is een compacte omschrijving van de kerngedachte (idee) voor een product.

In een goed concept worden diverse typen waarden met elkaar verenigt.

 

Een methode om een innovatief concept (dienst of product) vorm te geven

Een ontwerper, moet beginnen met de vraag welke waarde hij voor de gebruiker wil realiseren door middel van zijn ontwerp (vorm).

 

Welke 4 waarden zijn m.n bij een product of dienst van belang?

-      Gebruiker: Vaststellen welke wens er leeft er bij de gebruiker(s); de doelgroep

-      Instrumenteel: We bedenken, geven invulling aan wat nodig is om aan deze wens te voldoen

-      Rationeel; We kiezen met welke argumentatie (Analytisch aspect) we de gebruiker overtuigen

-      Gevoel; We bepalen welke waardering; gevoelswaarde (emoties; Psychisch aspect) het concept moet oproepen.

 

Hoe brengen we samenhang aan en verenigen we dit tot één harmonisch geheel?

·       Het kruislings tegenover elkaar plaatsen van de waarden brengt creatieve spanning.

Daarbij gebruik van het taalaspect:

·       Sleutelwoorden die thema’s, kerngedachten, kwaliteiten en eigenschappen van een dienst of product, omschrijven. Sleutelbegrippen voor de kerngedachte van de dienst of het product.  (Dick Holzhaus; “Conceptueel denken” 2014)

 

Een methode om een innovatief organisatie-concept vorm te geven

De ontwikkeling van een organisatie komt tot uitdrukking bij iedere stap waarin het haar potentieel verder ontvouwt. Ook een organisatie mag haar visie invulling geven. Het met (arbeids)vreugde haar eigen weg gaan: Dan is er het commitment om de ander weer op de voeten te zetten als partner (co-creatie). Gezonde werkrelaties die gebaseerd zijn op wederkerigheid en gelijkwaardigheid. Het ene moment heb ik jou nodig, het andere jij mij. Een ontwerper van nieuwe organisatie-concepten (bijv. flexibeler, commerciëler, innovatiever, esthetischer) moet dan ook beginnen met de vraag welke waarde vanuit welk aspect van de werkelijkheid (link naar begrippenkader) hij voor de gebruiker wil realiseren door middel van zijn ontwerp (vorm).

 

Welke waarden zijn m.n bij een organisatie-concept van belang?

-      Gebruikers: Vaststellen welke gezamenlijke wens, uitkomst en visie er leeft bij de gebruikers

-      Strategisch; We bedenken, geven invulling aan wat nodig is om aan deze uitkomst te voldoen

-      Economisch; Voor wie en hoe voegen wij waarde toe?

-      Rationeel; We kiezen met welke argumentatie (Analytisch aspect) we de klant overtuigen

-      Gevoel; We bepalen welke waardering; gevoelswaarde (emoties) het concept moet oproepen.

-      Sociaal; Hoe verkrijgen we een goede interactie en samenwerking (synthese)?

Hoe kunnen we voldoen we aan psychologische behoeften, zoals autonomie, cognitieve behoeften, zoals uitdaging en feedback, en sociale behoeften zoals ergens bij willen horen?

-      Juridisch; kernwaarden; Bijvoorbeeld; kennen, bewaren (bestendigen, versterken) opbouwen (vernieuwen); laten groeien en uitbouwen

-      Ethisch; Kennen, bewaren en vernieuwen met elkaar verenigen

-      Geloof; in de missie, visie: De weg er naar toe; de methode

 

Hoe brengen we samenhang aan en verenigen we dit tot één harmonisch geheel?

·       Met alle medewerkers;

·       Het kruislings, op een whiteboard, (Brownpaper wall/proces) tegenover elkaar plaatsen van aspecten; de principes en de daarbij behorende waarden brengt creatieve spanning;

·       Daarbij gebruik van het taalaspect: Sleutelwoorden die thema’s, kerngedachten, kwaliteiten en eigenschappen van een dienst, product, structuur, of proces omschrijven. Sleutelbegrippen voor de kerngedachte van het product, structuur of proces.